Geert de Snoo van NIOO: “Nabijheid helpt bij samenwerking”

Nieuws

Geert de Snoo van NIOO: “Nabijheid helpt bij samenwerking”

Gepubliceerd op
23 maart 2020

Komend van de A12 over de Mansholtlaan, valt je oog al snel op een opvallend, met hout bekleed gebouw met afgeronde hoeken aan de oostzijde van de Mansholtlaan, gebouwd volgens het cradle to cradle-principe: Het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW). Samen met Aeres Hogeschool hoort NIOO wel degelijk bij Wageningen Campus. Een interview met directeur Geert de Snoo, die veel mogelijkheden ziet om samen met bewoners van de campus aan urgente vraagstukken te werken.

"Als je goed bent, wat is er dan leuker dan samen te werken."

Geert de Snoo is een relatieve nieuwkomer op Wageningen Campus. Sinds november 2019 is hij directeur van het NIOO. De afgelopen zeven jaar was hij decaan Faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen en hoogleraar Conservation Biology in Leiden. Dat laatste is hij overigens nog steeds. “Als decaan was ik een soort algemeen directeur, verantwoordelijk voor alle bètavakken van de faculteit; van sterrenkunde tot en met de Hortus. Superinteressant, en ik heb het met veel plezier gedaan, maar van origine ben ik ecoloog. Deze baan bij NIOO bood dan ook een mooie mogelijkheid om weer in mijn vakgebied te werken en dat samen met mensen met dezelfde passie. En vanuit de bestuurlijke rol kan ik mij inzetten voor de ecologie en voor het behoud en uitbouwen van onze landelijke positie als ecologisch onderzoeksinstituut.”

Publieksfunctie

NIOO is een van de vier landelijke KNAW-instituten voor de levenswetenschappen (Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen) en het enige dat zich bezighoudt met ecologie. De Snoo ziet het als de taak van het NIOO om excellent onderzoek te doen, het landelijke ecologisch onderzoek te faciliteren en die onderzoeksresultaten vervolgens uit te dragen aan iedereen: “Niet alleen aan mede-onderzoekers, maar ook aan een breed publiek. Zo hebben wij regelmatig open dagen, maar organiseren we bijvoorbeeld ook de bodemdierendagen. We helpen mensen bodem- én waterdieren te herkennen in hun eigen achtertuin of nabijgelegen sloot. Over deze ‘publieksbeestjes’ geven wij speciale boekjes en zoekkaarten uit. Op deze manier zijn er waarnemingen waar ook wij weer wat aan hebben, een soort citizen science. Op deze manier dragen we ons onderzoek actief uit."

NIOO

Verder zijn er vrijwel wekelijks rondleidingen in het gebouw om inzicht te geven in het werk van de ecologen, maar ook om te laten zien hoe het NIOO-gebouw zelf ook een onderzoeksobject is. “Bezoekers zien hoe we ons water zo schoon mogelijk houden en welke wetenschappelijke kennis daar voor nodig is. Zo filteren wij bijvoorbeeld de nutriënten uit ons water door middel van algen en riet.”

Hoe meer mensen samenwerken aan grote vraagstukken, hoe beter

De ecologen van NIOO doen onderzoek ten behoeve van klimaat, biodiversiteit en natuurinclusieve landbouw. Het is uit wetenschappelijk oogpunt interessant en belangrijk om de wetenschappelijke mechanismen van deze onderwerpen te achterhalen, aldus De Snoo, maar ook om de inzichten uit het ecologisch onderzoek in te zetten voor innovaties. Dan moet je denken aan het efficiënt vastleggen van koolstof in de bodem en het tegengaan van de uitstoot van het broeikasgas methaan. Maar ook aan het herstel van natuurgebieden en boerenland door bijvoorbeeld bodemtransplantatie of toevoegen van bodemorganismen.

Dat binnen een andere campusbewoner, Wageningen University & Research (WUR), diverse groepen actief zijn op hetzelfde onderzoeksterrein, ziet De Snoo niet als een probleem. Hij was zelf enkele jaren verbonden aan WUR als bijzonder hoogleraar bij Natuurbeheer en Plantenecologie. Ook is er een samenwerkingsverband met een aantal WUR-groepen en NIOO die samen het Centrum voor bodemecologie vormen. “Mijn standpunt is; hoe meer mensen aan deze grote vraagstukken werken, hoe beter. Zowel onderzoekers bij NIOO als bij WUR doen excellent onderzoek. Als je goed bent, wat is er dan leuker dan samen te werken. Als WUR oplossingen heeft voor deze onderwerpen is dat ook prima. Wij zoeken continu naar groepen/partners.”

"Mijn standpunt is; hoe meer mensen aan deze grote vraagstukken werken, hoe beter."

Snelle evolutie

“Ik zie wel verschillen met WUR: NIOO is een publieke organisatie en dus per definitie niet commercieel; Wij hebben hier eigenlijk geen spin-offs, dat is niet onze core business; Wij optimaliseren bijvoorbeeld niet één gewas maar proberen algemene principes te ontwikkelen, waar het toegepaste onderzoek weer gebruik van kan maken. Ook doen wij (zeer) langjarig onderzoek. In het geval van koolmezen al 65 jaar. Daardoor zien we hoe de natuur reageer op veranderingen en krijgen we inzicht in de (snelle) evolutie van soorten.”

Je moet elkaar ontmoeten

NIOO als instituut is onderdeel van Wageningen Campus. Volgens De Snoo voelen de medewerkers van NIOO dat ook zo. NIOO was in het verleden verspreid over drie locaties, in 2011 is gekozen voor Wageningen; met alle ecologen op het gebied van zoet water en land bij elkaar op een plek in een bijzonder gebouw. Hij spreekt echter wel over ‘overkant’. De Mansholtlaan vormt kennelijk toch een barrière.

- Helaas, uw cookie-instellingen zijn zodanig dat de Video niet getoond kan worden - pas uw permissie voor cookies aan

Bekijk de video over het (cradle to cradle) NIOO-gebouw

Geboren onder de rook van Amsterdam blijft De Snoo een Randstedeling en hij komt vrijwel dagelijks met trein en bus naar Wageningen vanuit Leiden, waar hij al 25 jaar woont.

Een vergelijking tussen Wageningen Campus met het BioScience Park in Leiden vindt hij moeilijk, omdat hij nog niet goed kan inschatten op welke manier en hoeveel er wordt samengewerkt. “In Leiden heb ik meegedacht over de invulling van het park en ik weet dat daar samen aan onderzoeksvragen wordt gewerkt. Wij kwamen daar ook regelmatig met (directeuren van) bedrijven, kennisinstellingen en lokale overheden bij elkaar, bijvoorbeeld tijdens een periodiek diner. Je moet elkaar ontmoeten. Inspirerend voorbeeld vond ik Barcelona, waar je samengestelde gebouwen hebt met aan de ene kant van de gang groepen van de universiteit en aan de andere kant start-ups.

Nabijheid helpt zeker bij samenwerking. Ik ervaar dus zeker een toegevoegde waarde om onderdeel van Wageningen Campus te zijn. Bij mijn kennismakingsronde voel ik me erg welkom. Overigens zijn onze netwerken niet exclusief binnen Wageningen. NIOO is nadrukkelijk een nationaal onderzoeksinstituut. Zo organiseren wij wekelijks een seminar. Hier komen WUR-studenten, maar ook studenten uit Groningen. “

Onze faciliteiten zijn breed beschikbaar

Zelf is De Snoo niet actief betrokken bij het delen van faciliteiten op Wageningen Campus (red. via Shared Research Facilities). Maar hij weet dat NIOO- en WUR-onderzoekers volop gebruik maken van elkaars apparatuur/faciliteiten. “NIOO heeft ca. 12 hoogleraren, waarvan er 7 een leerstoel hebben in Wageningen. Als je samen experimenten doet en elkaars apparatuur gebruikt, heeft dat uiteraard voordelen. Bij ons werken ook WUR-promovendi, dus er is zeker uitwisseling van kennis over faciliteiten. Onze faciliteiten zijn daarbij ook voor de rest van het land beschikbaar. Zo hebben wij bijvoorbeeld grote tanks (van 1000 liter) voor onderzoek naar plastics in water. Dat is kostbare onderzoek infrastructuur die je graag deelt. De vraagstukken op ons vakgebied zijn enorm, de urgentie is groot. Daarom moet je de handen ineenslaan.”

NIOO

Spil in het web van de ecologie

Op de vraag of NIOO de contacten met andere bedrijven op Wageningen Campus verder wil ontwikkelen reageert De Snoo enthousiast. NIOO is buiten de ecologie ook op zoek naar partners op het gebied van Artificial Intelligence (AI), sensortechnologie en image analysis.

“Biologie is een complex vak met veel interacties en veel variabelen. Om iets te begrijpen en doorgronden hebben we modellen, statistiek, wiskunde, AI en sensortechnologie nodig. Er gebeurt zo veel op ons vakgebied, we staan voor enorme uitdagingen. Daarom willen we graag met ondernemingen samenwerken en kennis delen. Verbinding zoeken in de regio en met ook een landelijke functie.”

Natuurlijk heeft het NIOO de Wageningen Campus ook een hoop te bieden. “Voor de campus is het belangrijk dat er een nationaal instituut op de campus zit. Wij zijn de spin in het web van de ecologie. We hebben een landelijk vogeltrekstation waar we al sinds 1911 onderzoek doen. Door deze schat aan gegevens kun je bijvoorbeeld de verspreiding van ziektes volgen. Misschien is dit onderzoek uit te bouwen met andere partners. Mijn droom is om samen ecologische vraagstukken bestuderen. In Wageningen liggen daarvoor mooie kansen.”